DOLORES BOUCKAERT

BLACK NIGHTS / BLUE WORDS

Ik heb voor Black Nights – Blue Words een ontzettende hoeveelheid materiaal verzameld. Twee camera’s, vier geluidssporen die vijf nachten van twaalf uur registreren; het lijkt onuitputtelijk. Het enige wat ik heb kunnen bedenken om met die veelheid om te gaan is er een houdbaarheidsdatum aan te verbinden, een limiet te stellen aan wat ik er wou mee doen. Werken met een dergelijke kwantiteit heeft iets van de wijze waarop je herinneringen construeert. Wat je overhoudt is eigenlijk bijna niets… Ik bedoel dat het enerzijds in hoeveelheid beperkt is, maar anderzijds sterk is verdicht. Ik heb dat werk – of toestanden ervan – naargelang de plaats op verschillende manieren getoond.

Voor de presentatie in de Vooruit (IETM / 25 jaar Vooruit, sept. 2007) heb ik samen met Michiel De Jaeger het beeldmateriaal verwerkt in twee films van elk ca. 18 minuten. Een opstaand scherm toonde de gebeurtenis in het vaste perspectief van de kamer. De topshotbeelden werden op het witte laken van een bed geprojecteerd. Noël Van Kelst improviseerde bewerkingen op een vooraf samengesteldeklankband. De reconstructie van de situatie was het kader van een performance waarin ik toenadering tot de beelden zocht.

In galerie Jan D'Haese (jan-febr. 2008) toonde ik iets anders. Ik wou er het eigenlijke verwerkingsproces van het materiaal zichtbaar maken. Ik heb het daarom verdubbeld: de fotografische registratie van het gebeuren tegenover naderhand bewerkte beelden en fragmentarische evocaties van de kamer geplaatst. Het was mijn bedoeling om de setting in de galerie binnen te brengen, om de bezoeker de scene te laten betreden.

Voor MDD (april 2008) heb ik een anti-chambre gemaakt om er werk te tonen van Ben Benaouisse en Bernard Van Eeghem; een soort ‘replieken’ op de belevenis van de nacht door twee van haar protagonisten. Verder lag de klemtoon op de parallellie van het opzet, op de vijfledigheid: Een accrochage van de fotoreeks die de met het hart opgetuigde rug van elk van de mannen toont, en
een rij identieke cabines, afzonderingskamers onderscheiden door een eigen kleur, waarin je de nacht van één man op een videoscherm te zien kreeg. De klankbanden waren gecomponeerd als een sedimentatie van de afzonderlijke geluidssporen: de ademhaling, het tikken van de klok, het geruis van een bewe-
ging, een incidentele uithaal... Daarnaast heb ik telkens enkele relicten van de zaak in een
vitrinekast verzameld. Tegenover het front van de cabines was het bed opgesteld. Op het bed – monitor van de nacht – werd de slepende sequentie van de slaap geprojecteerd.